Hommeles in Huizen: mediation in jurisprudentie

Robert Jan Stoop

Dat een werkgever het verzoek van een werknemer om mediation niet te lichtvaardig moet weigeren, blijkt wel uit de volgende uitspraak. Mediation neemt een steeds belangrijkere plaats in in de jurisprudentie en bij het bepalen van de zorgplicht voor de werkgever.


HOMMELES IN HUIZEN

In januari 2014 wordt er een nieuwe Conservator aangesteld in het Huizer Museum. Kort daarna wordt er ook een nieuwe Directeur aangenomen. De beide dames zijn de enige werknemers van de Stichting Huizer Museum. Zij worden geacht om samen het museum te runnen. Het bestuur van de Stichting bestaat uit 5 vrijwilligers, daarnaast maakt het museum nog gebruik van 50 vrijwilligers.



De Directeur is verantwoordelijk voor de operationele zaken, waaronder het aansturen van de vrijwilligers, subsidieaanvragen en huisvesting. De Conservator organiseert het behoud van de collectie, richt de exposities en tentoonstellingen in en bewaakt het museale karakter. De Directeur en Conservator staan op gelijke voet met elkaar.

 

Nadat er al eerder aanvaringen zijn geweest, meldt de Conservator in het voorjaar van 2015 bij het Bestuur dat er problemen zijn met de communicatie met de Directeur. Het Bestuur is daarop in gesprek gegaan met beide werknemers individueel. Ook heeft er een gesprek plaatsgevonden, waarbij het bestuur en beide dames aanwezig waren. Deze gesprekken gingen over de slechte verhoudingen tussen de Directeur en de Conservator. In augustus laait het conflict weer op, als beide dames opnieuw hun beklag doen over de ander bij het Bestuur. Het Bestuur reageert er niet op.

 

Begin september komt de zaak in een stroomversnelling, als de Directeur in een e-mail aan een groot aantal vrijwilligers en aan de Conservator aangeeft dat ze een project niet meer kan oppakken, vanwege tijdgebrek. De Conservator is des duivels en mailt aan de Directeur en het Bestuur dat ze het niet pikt dat de Directeur haar in een algemene

e-mail informeert over dit soort zaken. Ze beschuldigt de Directeur van een gebrek aan gevoel voor verhoudingen. Ze geeft aan dat ze de discussie met de Directeur alleen nog wil aangaan in het bijzijn van het Bestuur.

 

In een aparte mail aan het Bestuur geeft de Conservator ook nog aan dat de Directeur onnodig paniek zaait door het verzenden van allerlei WhatsApp berichten in het weekend en dat ze zich dient te houden aan het afgesproken takenpakket. De Conservator geeft nogmaals aan een constructief gesprek te willen voeren.

 

Tijdens het door de Conservator gewenste gesprek met het Bestuur op 12 september 2015 wordt haar plotseling medegedeeld dat het Bestuur streeft naar beëindiging van het dienstverband per 1 november 2015 en dat er nog een voorstel volgt. De Conservator meldt zich vervolgens ziek.

 

De advocaat van de Conservator schrijft daarop in een brief aan het Huizer Museum dat zijn cliënte bereid is om met behulp van een mediator tot een oplossing te komen. Een maand na deze brief geeft het museum aan dat zij bereid is om een mediationtraject te starten, maar dat de Directeur daarbij niet zou aanschuiven. Deze voorwaarde was voor de Conservator niet aanvaardbaar, waardoor het niet tot een mediation is gekomen.

 

Het Huizer Museum dient een verzoek in bij de kantonrechter om tot beëindiging van het dienstverband te komen. De Conservator verweert zich, maar verzoekt in geval van toewijzing de transitievergoeding van € 1.177 bruto en een billijke vergoeding ten bedrage van € 3.500 bruto toe te wijzen.

 

De kantonrechter stelt vast dat de verhoudingen te zeer verstoord zijn om het verzoek af te wijzen. De kantonrechter overweegt dat de verhouding tussen de Directeur en de Conservator weliswaar moeizaam was, maar dat deze door inschakeling van een professionele mediator hersteld had kunnen worden. Nu het Bestuur de door de Conservator gewenste mediation in het bijzijn van de Directeur heeft afgehouden en heeft aangestuurd op beëindiging van het dienstverband, is dat een gepasseerd station. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever door het niet adequaat ingrijpen dusdanig verwijtbaar heeft gehandeld dat de transitievergoeding en de gevorderde billijke vergoeding integraal worden toegewezen. Het Huizer Museum wordt daarnaast veroordeeld in de kosten.

 

Uit deze uitspraak blijkt dat mediation inmiddels een vaste plaats heeft ingenomen in de zorgplicht van de werkgever. In deze zaak was de werkgever wel bereid om een mediation traject te starten, maar wilde de Directeur daarbij niet betrekken. Deze weigering kwam het Huizer Museum duur te staan. Of het duur genoeg was, zullen we nooit weten. Ik kan me voorstellen dat de werknemer had gewenst dat haar advocaat een hogere billijke vergoeding had gevorderd, nu deze volledig door de kantonrechter is toegewezen.

 

mr. Robert Jan Stoop

MfN register mediator & partner bij Resolute Mediation
advocaat & partner bij TeekensKarstens advocaten notarissen